De vlam van de oecumene blijft altijd branden

Zondag 8 april 150e wake voor uitgeprocedeerde vluchtelingen

Waarom waken wij ?

250 mensen liepen zondag 8 april met witte rozen, zingend onder begeleiding van het vluchtelingen koor en orkest Zola uit Houten zingend `Als alles duister is ` naar de poort van het detentiecentrum Zeist.
Bij de poort vormden we een wijde kring met het gezicht naar het hoge dichte ijzeren hek, waarachter we in de verte het streng bewaakte kale gebouw konden zien waarin mannen en vrouwen, jong en oud , onschuldig opgesloten zitten; opgesloten omdat zij hun bestaan niet met geldige papieren kunnen bewijzen.
De voorzitter van de werkgroep Kerkelijke Ondersteuning Vluchtelingenwerk, mevrouw Corja Menken –Bekius sprak bewogen woorden over de ook vandaag nog uiterst actuele reden om te waken.
Zij gaf het woord door aan burgemeester Koos Janssen.
In een bijzondere en persoonlijke versie plaatste hij het verhaal van de Barmhartige Samaritaan naar de actualiteit van vandaag en riep op om te waken zolang er nog mensen onschuldig opgesloten zitten.
Met het vluchtelingen koor en orkest zongen we : `God zegen Afrika`, `De wereld zal gered worden ` en `Liefde is iets groots.
Eduard Nazarsky, directeur van Amnesty vertelde twee actuele verhalen over de harde en bittere realiteit waarin vluchtelingen zonder verblijfsstatus moeten zien te overleven.
Naar het land van herkomst kunnen de meesten niet terug keren zonder gevaar voor leven en /of vaak door het niet erkennen van de identiteit van de vluchteling. De heer Nazarsky vertelde dat het insluiten van deze mensen niet zelden met veel geweld gepaard gaat en meestal kunnen zij pas na 42 dagen een advocaat spreken. Dit in tegenstelling tot verdachten van een ernstige overtreding of een misdrijf, zij krijgen na drie dagen een advocaat toegewezen en worden na drie dagen ook zelf gehoord.
Met het kerkoor St. Franciskus Xaverius uit Amersfoort zongen wij het lied van Henk Jongerius `Voor mensen die naamloos, kwetsbaar en weerloos door het leven gaan en het lied van Huub Oosterhuis
`Hoe ver te gaan`
Tijdens deze wake werd het wandkleed Tapestry d`Espoir, gemaakt door kunstenaar Isabel Ferrand, aangeboden, door vrouwen binnen en buiten het Detentiecentrum is aan dit kleed gewerkt. Het is een prachtig kleed geworden en hangt nu in de Stilteruimte van Detentiecentrum Zeist. Van daaruit zal het verder reizen naar vele andere centra als teken van hoop en vrede voor allen.
Corja Bekius schreef bij dit kleed een inspirerend lied dat we voor de poort zongen.
`Zie je onze diepe dromen, tot een kleurrijk kleed verwerkt,
dat de vrede ooit zal komen, hoe die hoop de mensen sterkt,

De witte rozen staken we als teken van vrede en hoop in de tralies van het ijzeren hek van de toegangspoort van het detentiecentrum, waar ze tot ver achter het hek te zien blijven als stille getuigen.

Staande voor het hek laten de beelden van mensen me niet meer los, na zwarte dagen en nachten in bootjes aangespoeld in Lesbos en Sicilië, ondergebracht in kale tentenkampen, na dagen lopen door vreemd gebied, niemand ziet hoe zij verder vluchten, het geweld voorbij.
Hopend op een veilige plaats om te leven, wachtten zij, nu opgesloten in detentie zonder uitzicht,

Voor het hek zingen we bewogen en geraakt.
Afstand verandert in nabijheid.

Daarom waken wij.

Ellen de Boom

Nieuws