De vlam van de oecumene blijft altijd branden

Zingen van onberijmde psalmen: hoe doe je dat?

Al voordat het liedboek 2013 verscheen, werden er behalve in de Romana, uiteraard ook in diverse protestantse kerken psalmen gezongen die niet berijmd zijn. Uit eigen ervaring weet ik dat dit voor veel protestanten een vorm van psalmzingen is die niet alleen onbekend is, maar ook als ‘moeilijk gedoe en eigenlijk volstrekt onnodig’ gelabeld wordt. Maar de allereerste reactie is overwegend dat het zingen van psalmen op zo’n manier “rooms” is. En gevoelsmatig daarmee samenhangend sowieso vaak niet uitnodigend of af te wijzen: ‘das niks voor ons protestanten’ hoorde ik nogal eens. (Vergis u overigens niet: ook voor rooms-katholieken blijkt het zingen van onberijmde psalmen lastig te zijn. En voor veel rooms-katholieken is het zingen van psalmen ‘protestants’: ‘das eigenlijk niks voor katholieken’ hoor ik nog wel eens).

Al weer een tijdje geleden nam ds Reintje Stomphorst het initiatief tot wat is gaan heten “Getijdengemeenschap De Binnenkamer” (www.bidindebinnenkamer.nl), waarvan “Bid en bemin” de basis is voor de verbondenheid binnen de getijdengemeenschap. De Getijdengemeenschap De Binnenkamer wil mensen stimuleren en ondersteunen om “bid en bemin” in hun leven vorm te geven. De Getijdengemeenschap De Binnenkamer bidt morgen- en avondgebeden in de kapel op Nieuw Hydepark en geeft mensen de gelegenheid daarbij aanwezig te zijn of via hun smartphone of tablet mee te bidden. De getijdengebeden zullen op termijn uitgezonden worden via het Klooster in de Cloud, een plaats op het internet waar ook ruimte geboden wordt voor ondersteuning en ontmoeting. Ondersteuning en ontmoeting wordt ook geboden in het verdiepingsprogramma, in de vorm van ondersteuning bij de regel, workshops en retraites op Nieuw Hydepark.

Op uitnodiging van Reintje Stomphorst heb ik een aantal keren met de aanwezigen bij het ochtendgetijdegebed het zingen van onberijmde psalmen kunnen oefenen. Het op deze manier zingen van psalmen heb je niet na een paar keer oefenen in je hart en keel. Het vraagt om een dienende attitude, om overgave en, uiteindelijk, om je-‘zelf’, je hart te durven laten herscheppen. Er is zo ook moed voor nodig.

Voor ik verder in een soort preek terecht kom, laat ik hieronder volgen wat ik, voorafgaand aan het inoefenen, de aanwezigen vertelde over de liturgisch-muzikale aspecten van het zingen van onberijmde psalmen. Ik doe dat enigszins schematisch en, hoop ik, helder.
 

Zingen van onberijmde psalmen

A. Het zingen van onberijmde psalmen is altijd een vorm van ‘spreekzingen’. Dat betekent dat het zingen van de psalmtekst zich voltrekt als een “op verhoogde toon” zingen van de tekst zoals die gesproken wordt in een rustig, recitatief tempo en ritme. Zo bepaalt de tekst waar en hoe de accenten liggen, evenals ook de duur van woorden en lettergrepen. In principe worden alle woorden en letter-grepen ongeveer even lang gezongen. Als verder de ‘pointing’ van de tekst goed is gedaan, zingt de psalmtekst zich als het ware (van)zelf;
B. Dit laatste gebeurt alleen als je je als cantor, hier ook in de letterlijke betekenis van het woord: zanger(es), in dienst van de psalmtekst stelt. Anders gezegd, bij het zingen van een psalmtekst gaat het om de tekst van de psalm, niet om jou of je mooie stem of je mooie zingen. Met nog eens andere woorden: het gaat niet om ‘hoor míj’, maar om ‘hoor wat ik zíng’. (Dit geldt overigens voor het zingen van álle liturgische muziek);
C. Als je onberijmde psalmen gaat zingen, doe je er goed aan tevoren:
a- je te (laten) informeren over de plaats c.q. samenhang van de psalm in het geheel van het boek der psalmen, en de aard c.q. de exegetisch-theologische inhoud ervan;
b- de tekst ervan minstens een aantal keren hardop te lezen en je erdoor te laten ‘meenemen’, je eraan over te geven, er in te gaan ‘wonen’;
D. Psalmen kennen een rijmvorm, ‘parallellisme membrorum’ genoemd. Wij zouden zeggen ‘gedachtenrijm’. Onder meer daarom wordt telkens aan het eind van het eerste deel van een psalmvers een kort moment gewacht eer het volgende deel van het psalmvers gezongen wordt. Je staat als het ware even stil bij wat er net gezongen is. Die korte ‘sela’, aangegeven met een *, moet door de betreffende cantores met en op elkaar worden afgestemd, maar heeft zo ongeveer de duur van het zeggen (in je hoofd) van bijvoorbeeld ‘Onze Vader’, of ‘Amen’ of ‘HalleloeJah’ of … . Het realiseert een kort meditatiemoment: de eerdere vers wordt herkauwd en verteerd. De zin wordt hernomen zodat de zeggingskracht ervan gehoord wordt. “Nu loopt het sap uit de druiven, …, de olie geurt, …”.(Kees Waaijman, Psalmvieringen, Nijmegen 2014).
(In de diverse klooster- c.q. abdijpraktijken blijkt de duur van deze sela overigens nogal te verschillen.)
Het volgende psalmvers sluit onmiddellijk aan bij het tweede deel van het voorgaande vers. Cantores doen er goed aan in hun hoofd het psalmvers mee te zingen dat door de andere (groep) cantor(es) wordt gezongen. Het zingen van onberijmde psalmen is zo een vorm van ‘antifonaal’ zingen. Deze wijze van psalmzingen wordt gevisualiseerd door de antifonale opstelling van de cantores: zij staan – zitten tegenover elkaar.
(Als en omdat er een antifoon, ontleend aan de tekst van de psalm, als ‘antwoord’ gezongen wordt door de verdere aanwezigen, is het ook een vorm van ‘responsoriaal’ zingen. Dit zal het geval zijn als er zowel een groep cantores als gemeente viert.)

E. Als de antifoon wordt gezongen, kan dat aan het begin van de psalm. Eventueel twee keer: voorzang door de cantor(es) en ver-volgens door allen. Aan het eind van de psalm kan de antifoon nogmaals door allen worden gezongen.

wim krist,
Zeist, Anno 2017
Ad festum Sancti Gregorii I, Papae, Confessoris et Ecclesiae Doctoris