De vlam van de oecumene blijft altijd branden

SOMS BREEKT UW LICHT


SOMS BREEKT UW LICHT 1 en 2

Soms breekt uw licht in mensen door, onstuitbaar
zoals een kind geboren wordt.
Gedenk de mens die wordt genoemd uw kind,
uw koninkrijk, uw licht.
Geen duisternis heeft ooit hem overmeesterd,
geen duisternis heeft ooit hem overmeesterd.

Gedenk ons die als hij geboren zijn, eens en voorgoed,
die uit zijn mond uw Naam hebben gehoord,
die moeten leven in de schaduw van de dood,
die moeten leven in de schaduw van de dood
hem achterna, hem achterna, hem achterna, hem achterna,
hem achterna, hem achterna, hem achterna, hem achterna.

Tekst: Huub Oosterhuis – Muziek: Bernard Huijbers

Soms breekt uw licht in mensen door onstuitbaar.” Soms, een enkele keer?, sporadisch?

In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen. Het licht schijnt in de duis-ternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” (Johannes 1,4-5).3 Bijna onmiddellijk begint het evangelie van Johannes, de theoloog onder de evangelisten, met deze zinnen. Oosterhuis verwijst zo in het eerste couplet van dit gedicht naar het evangelie van Johannes, citeert hem bijna, en schetst daarmee het perspectief voor het begrijpen en zingen van dit gezang.4

De muziek van “Soms breekt uw licht” breekt langere regels in tweeën, waardoor, tijdens het zingen, op een enkele plek het zinsverband zoek lijkt. Als je de tekst op papier voor je hebt, is de betekenis van de zinnen duidelijk(er). Muziek kan de betekenis van een tekst zó veranderen dat niet meer duidelijk is waar het om gaat. En je moet dan maar aannemen, dat wat je aan het zingen bent ergens over gaat. In dit gezang wordt deze eigenschap van muziek gecompenseerd door de zinnen “Geen duisternis heeft ooit hem overmeesterd” en “die moeten leven in de schaduw van de dood”, twee keer te laten klinken. Deze herhalingen komen niet voor in het gedicht van Oosterhuis.5 Het is Huijbers die in zijn verstaan van de tekst meende deze zinnen te moeten herhalen. De werking daarvan is mantra-achtig en tekstversterkend. Op deze manier accentueert de muziek door de herhaling waar het hier om gaat, wat de tekst betekent.

Soms breekt uw licht in mensen door onstuitbaar” zingt in de eerste regel, dat de Levende zichtbaar kan worden in mensen. Waar dat gebeurt laat zien het dat, waar en hoe ‘die wij God noemen’ aanwezig is. Het doorbreekt het beeld van de onzichtbare God. Op deze manier maakt Hij zijn naam “Ik-zal-er-zijn” (Exodus 3,14-15) waar, zichtbaar, waarneembaar. Soms zie je Zijn gelaat in mensen naast je. Met name in psalm 113 maakt de psalmist onomwonden, glashelder en zonneklaar duidelijk waar en hoe ‘die wij God noemen’ aan het werk en daarin dus ‘zichtbaar’ is.6

In tweede instantie licht in de context op om wie het hier gaat:“Gedenk de mens die wordt genoemd uw kind, uw koninkrijk, uw licht”. Dat het hier om Jezus van Nazareth gaat is af te leiden uit aanduidingen als: ‘uw kind’, ‘uw koninkrijk’, ‘uw licht’. ‘Gedenken’ heeft hier onmiskenbaar de connotatie van: aan iemand denken met het doel zich hierop in doen en laten te richten. Volgens Johannes heeft Jezus van Nazareth zelf ons dat voorgehouden toen hij zei: “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.” (Johannes 8,12-13).7 De aanwezigheid van ‘die wij God noemen’ wordt voluit zichtbaar in die wordt genoemd “uw kind”, Jezus van Nazareth, de ‘Messias’. Met het ‘gedenken’ van die mens stemmen wij in en in ons zingen maken wij ons hem eigen. Over die mens, Jezus van Nazareth, zijn kind, wordt tot twee keer toe gezongen: “geen duisternis heeft ooit hem overmeesterd”. Ook deze zin staat in de proloog van het Johannesevangelie: “Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” (Johannes 1,5).8 Het is een zin die wel vaker gezongen had mogen worden. De geschiedenis, met name de geschiedenis in de Schrift, het verhaal dat mensen elkaar al eeuwenlang vertellen en doorvertellen, verhaalt de continue spanning en strijd tussen Woord en daad, tussen Licht en duisternis. Wij geloven dat het Licht zal overwinnen, dat is ons visioen (zie het boek Apocalyps), maar gemakkelijk gaat het allemaal niet. Dat weten wij maar al te goed. Anders zouden we zeker al wat verder gevorderd zijn op de weg van Vrede en Gerechtigheid.

Gedenk ons die als hij geboren zijn eens en voorgoed, …”

Ging het in eerste instantie om “uw kind”, nu gaat over “ons”. Net als hij, Jezus van Nazareth, zijn wij geboren en bestaan. Aan die wij God noemen wordt gevraagd ons, Zijn mensen “eens en voorgoed” te gedenken, opdat wij “niet vergeefs geboren zijn”. Want wij zijn als hij, hij en wij zijn van hetzelfde menselijke geslacht. Van Jezus hebben wij gehoord over God, over de Levende en in hem, Gods kind, hebben wij het Licht gezien. Kan van Jezus gezegd worden dat de duisternis hem niet heeft overmeesterd, voor ons geldt dat we “moeten leven in de schaduw van de dood” (Jesaja 9,1-2). Wij gaan dood en dat weten hangt als een schaduw over ons leven. “Hem achterna, …”. Natuurlijk, ook Jezus van Nazareth ging dood, maar dat was niet het eind, daar hield het niet mee op. Hij stond op en leeft. Tenminste, als wij hem achterna gaan. “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft”. Als we hem achterna gaan, zal de duisternis ook ons niet overmeesteren. Hem achterna betekent een weg van dood naar opstaan en leven. Dood aan je oude manier van bestaan, je oude identiteit. Herschapen op weg gaan naar een nieuwe leef- en bestaanswijze, onomkeerbaar, definitief, zichtbaar, tastbaar. Soms gebeurt dat, soms breekt zijn licht in mensen door, onstuitbaar, zoals de geboorte van een kind niet te stuiten is. Zoals dat gebeurde en zichtbaar werd in Jezus van Nazareth. En in ons, als we hem achterna gaan. Als je daarin gelooft en je inzet om dit samen met anderen te voltrekken, dan is dat reden voor een feest als Kerstmis. Want, hoe zouden wij, als bij ons alles bij het oude blijft, ooit Gods passie voor maatschappelijke gerechtigheid kunnen verwerkelijken? Zijn we daar zo beslist en zeker van dat we daarom dat “hem achterna” vol overtuiging wel acht keer achter elkaar zingen? Of zijn we bezig ons er zo zelf toe te brengen dat te willen en te gaan doen? Voluit verlangend het Licht in ons te laten dóórbreken? Soms, een enkele keer, sporadisch, gebeurt dat. Want hoe dikwijls blijken wij te “leven in de schaduw van de dood”.

De tweede en derde strofe van het gedicht beginnen met het woord ‘gedenken’. Gedenken is een term die in het kader van de liturgie veelvuldig wordt gebruikt. Want ‘gedenken’ is wat er in een liturgieviering met name gebeurt en haar karakteriseert: het verleden wordt opgeroepen, her-dacht, her-innerd; dat verleden wordt hier en nu geactualiseerd en gevierd; met het oog op de toekomst. Het woord gedenken heeft ook hier ontegenzeggelijk de betekenis van ‘aan iemand denken met het doel zich hierop in doen en laten te richten’. Wij gedenken hem die ons voorging. Wij her-inneren ons en zien uit naar wat ons beloofd is: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. ‘Gedenken’ gebeurt bij uitstek in de viering van de eucharistie: wij brengen ons te binnen dat Jezus het brood brak met zijn leerlingen en de Emmaüsgangers9 (Lucas 24,13-35). Wij doen dat om op weg te kunnen blijven gaan naar een toekomst, naar een nieuwe wereld die ons aangezegd is, naar het visioen waar de Schrift vol van staat (zie de Psal-men, Jesaja en de Apocalyps).

Omdat het hart van dit gezang ‘gedenken’ is en oproept, past het bij het Tafelgebed. Als gezongen gebed kan het de voorbede besluiten. Maar in beide gevallen geldt voor het zingen de aanwijzing van Huijbers bovenaan de partituur: “largo nobile, non forte”: breed, op nobele wijze, niet hard, maar met veel klank en integer. Het tempo dat Huijbers aangeeft: kwartnoot 120 (zing het alsjeblieft niet langzamer of nog erger: sneller), wordt consequent aangehouden in de pianobegeleiding. Hierdoor zal dit gezang niet kunnen vervallen in gezapigheid, maar blijft er stuwing in zitten.

Zeist, 22 december 2018

wim krist

1LITURGISCHE GEZANGEN, Gooi en Sticht, Kampen 1979; Huub Oosterhuis, Verzameld Liedboek, Uitgeverij Kok 2004

2 Bij het schrijven van deze bespreking heb ik dankbaar maar vooral ‘breed’ en ‘soepel’ gebruik gemaakt van eerdere besprekingen van dit lied door Siem Groot (Zingen en spelen I, september 2002) en Gerard Swüste (Bespreking lied van de maand, november 2016)

3 Nieuwe Bijbelvertaling

4 ‘Soms breekt uw licht’ is geen lied in de standaardbetekenis van het woord (Siem Groot, Zingen en spelen I, september 2002).

5 Huub Oosterhuis, Stilte zingen, Kok Boekencentrum Uitgevers Utrecht 2018

6 John Videc, Ophef, april 1998

7 Nieuwe Bijbelvertaling

8 idem

9 Voor Protestantse geloofsgemeenschappen vertelt dit verhaal de absolute noodzaak zo frequent mogelijk avondmaalsvieringen te houden. Ondanks Jezus’ bijna verwijtende aanwijzingen en uitleg (Lucas 24, 25-28 en 24, 32-33) herkenden de leerlingen Hem pas toen Hij het brood brak (Lucas 24,30- 31). Belering, preek en uitleg is klaarblijkelijk onvoldoende en, vooral, niet doorslaggevend.