De vlam van de oecumene blijft altijd branden

Een bijzondere nachtdienst – kerkasiel in Den Haag

column door Jeannette van Andel

In mijn werk was ik wel gewend aan nachtdiensten, maar die waren altijd druk, hectisch en spannend. Hoe anders deze nachtdienst die we met een aantal mensen uit Zeister kerken de nacht van 21-22 december vierden in buurt – en kerkhuis Bethel in Den Haag. Als een schakeltje in de doorlopende kerkdienst die daar gaande is. Verstilling, luisteren, zitten, zingen, bidden…

Vlak voor we naar Den Haag vertrokken hoorden we tot onze verbijstering staatssecretaris Harbers melden dat hij zijn besluit inzake de familie Tamrazyan niet zou wijzigen, met andere woorden: het gezin moet terug naar Armenië. De organisatoren van het kerkasiel laten weten dat zij dit besluit zeer betreuren maar ‘zich gesterkt voelen om de verantwoordelijkheid voor de familie niet te laten varen’, omdat er volgens hen nog ruimte moet zijn voor dialoog vanwege belangrijke informatie die door de staatssecretaris terzijde is geschoven. En dat ze dus doorgaan met het kerkasiel.

We mochten van middernacht tot 7 uur een doorlopende viering verzorgen. Elke uur met andere mensen, elk met een eigen kleur.We hoorden bijbelgedeelten, lezingen, gedichten, verhalen. We luisterden naar muziek, verstillend en ontroerend, en we kwamen letterlijk in beweging.

‘Wees Gij mijn toekomst de komende nacht, de morgen die ik ondanks alles verwacht’, zongen we samen met vader en moeder Tamrazyan. We voelden ons met elkaar en met hen – die voor ons in deze nacht ‘een naam en een gezicht’ kregen – verbonden, en met allen die erom heen staan, organisatoren en vrijwilligers. We deelden brood en druivensap als teken van die verbondenheid en zongen ‘wat in stilte bloeit..’, ‘niet is het laatste woord gesproken..’, ‘om de mensen godverlaten, om de woede, om de pijn, om de woede, om de tranen roepen wij Jij zou er zijn’. We hoorden Trijntje Oosterhuis zingen: ‘Waar je bent geboren en getogen moet je daar vandaan? Wie heeft dat beslist? Laat ze blijven!’

Een indringende ervaring, teksten, liederen die meer raken dan wanneer we ze in een ‘gewone’ kerkdienst zingen en horen.

De situatie van mensen in nood liet ons in actie komen, maar gaf ons zelf ook zoveel inspiratie, warmte en verbondenheid. Er ontstond een krachtig gevoel tegen fatalistische uitspraken en doemdenken als ‘het helpt toch niet’. Het helpt wél, misschien niet met het effect waarop je hoopt maar het helpt wel te laten zien dat je naar hen omziet, met hen bewogen bent, hun situatie aandacht geeft. En – om Dom Helder Camara nog maar eens te citeren – het zijn de vele druppels die rivieren en beken vormen.

In de vroege donkere ochtend verlieten wij als vrije vogels de Bethelkapel. Wíj wel..

Met velen blijven we hopen op een wonder, want ergens is een vonk van hoop die nooit zal doven!